Kijkend naar de zonnestralen,
die rood doven op de kust.
Vergeet men even alle kwalen
en vindt de mens zijn rust.
2006
Kijkend naar de zonnestralen,
die rood doven op de kust.
Vergeet men even alle kwalen
en vindt de mens zijn rust.
2006
Al om wie u zo moet wenen,
hebben u geluk gebracht.
Het verdriet ligt in ’t verleden,
terwijl vreugde in de toekomst wacht.
Neem uw naasten in de hand,
en leidt hen langs het pad.
U krijgt de liefde aan uw kant.
Met Hem heb ik uw hand gevat.
1 december 2006
Damp heeft zich verzameld
In oude poldersloten
De boerin die zachtjes stamelt
Ik heb het water afgegoten
Terwijl koeien zonder poten
Zweven boven een witte wei
Eet het boertje onverdroten
Zijn warme kippenei.
18 december 2006
Moeder was er alle dagen.
Je kon haar van alles vragen.
Ze vond je spullen zeer beslist.
Voor jij ze één dag had gemist.
Moeder was de laatste tijd zo stil
en las weer kranten zonder bril.
Ze keek dagen uit het raam
en soms wist ze zelfs je naam.
Moeder zie me hier nu staan
met in elk oog een traan.
Je moet dit nog van mij weten.
Ik zal je nooit vergeten.
29 september 2007
Het hart is vol verlangen
op wat de toekomst biedt.
De kracht van ’t verleden
ligt mij in het verschiet.
Hoe kan mijn kind nog lachen,
als bitterheid wordt opgediend
en vreugde hoort te klinken.
Gezang klink uit de hoogte.
Ik vind mensen aan mijn zij.
Verdriet is nu vervlogen
Mijn Redder is nabij.
27 november 2006
Ik huil mijn ogen rood
en worstel met je mee.
De gedachte aan de dood
vormen tranen als een zee.
Ik strijd nu zij aan zij
en streel heel zacht je wang.
Ooit is dit al voorbij.
Ik koester je mijn leven lang.
31 oktober 2007
Horig zijn zij die behoren
tot gevoelens van bezit.
Geketend zijn zij die vastzitten
aan de hang naar vrijheid.
Geknecht zijn zij die gebonden zijn
aan het werken voor geld.
Slaven zijn zij die niet los komen
van gedachten aan verleden.
Vrij zijn zij die keuzes maken
om te zijn.
23 oktober 2013
Ze voelt aan de tabletten.
Aait zachtjes aan het glas.
Probeert zo een naam te zetten.
Iedereen die komt te pas.
Ineens gaat de wijde wereld open.
Komen woorden in een zin voorbij.
Meer dan viel te hopen.
Is ze als een kind zo blij.
Lezen in de glazen bol.
Vertellen wat je altijd wist.
De ogen lopen langzaam vol,
omdat ze niets meer mist.
23 oktober 2013
Dinsdagavond eten aan tafel bij moe.
Praten over wat is geweest
en over wat gaat komen.
Andijvie met spek en yoghurt toe.
Gister gekaart: hoorde ik bedeesd.
verder dat de bolletjes opkomen
Morgen prikken bij de suikertante.
Jongste zus gaat met haar mee.
En terwijl ze in haar agenda leest,
bespiegelt ze de goede kanten
van de dag. Ze is tevree,
over het eten nog het meest.
19 maart 2013
De weerschijn van jou
geeft mij het licht
om te zien wat ik doe.
De uitstraling van jou
geeft mij de warmte
om te voelen waar ik ben.
De sterkte van jou
geeft mij de kracht
om te dragen wat ik til.
De liefde van jou
geeft mij de durf
om te zijn wie ik ben.
22 oktober 2013