Laurentiustranen

Ik ren door de zomernacht
samen met de heren Stress en Spoed
op afstand volgt nog broer Onthaasten.
Heeft het zin dat ik op hem wacht,
doet dat mijn draven goed
of blijf ik bij mijn naasten?

De heren van de snelheid
zien niet op of om,
volgen de platgetreden paden,
maar Onthaasten neemt de tijd.
Roept me terug met: Kom,
boven je schitteren laurentiustranen.

21 oktober 2013

Zonnekind

Ik zag je zitten in de zon,
zoeken naar voedsel.
Ik zag je lopen in de zon,
waterhalen voor de dag.
Ik zag je huilen in de zon,
wachten op de ziekenzorg.
Ik zag je slapen in de zon,
rusten zonder dek en dak.
Ik zag je rennen in de zon,
vluchten voor gevaar.
Ik zag je roepen in de zon,
ik hoorde je niet.

11 oktober 2013

Zolang de vlam nog brandt

Daantje heeft zichzelf verloren.
Ze ligt dagen in haar bed.
Niets kan haar bekoren.
Ze heeft de hoop reeds uitgezet.

Sofie eet de laatste tijd zo slecht.
Ze houdt dagen al haar mond.
Lust heeft ze naast zich neergelegd.
Ze kruipt het liefste in de grond.

Hubert voelt zich waardeloos.
Hij snijdt kerven in zijn huid.
Alles maakt hem vreselijk boos.
Hij zegt: Ik knijp er tussenuit.

Waardoor moesten zij verduisteren?
Wat is er met hen aan de hand?
Misschien moeten wij eens luisteren.
Zolang hun vlam nog brandt.

19 oktober 2013

Toekomst

Niet onze toekomst is een probleem,
maar de angst om het heden te verlaten.
Niet ons probleem is een zorg,
maar de vrees om de oplossing te vinden.
Niet onze zorg is een angst,
maar de last uit het verleden te dragen.

12 oktober 2013